Copyright 2017-2019 Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel

Principes

1. Co-creatie
  • “Gewone en buitengewone scholen brengen op gelijkwaardige basis en in co-creatie de expertise samen om leerlingen met SOB en de leraren(teams) die met deze leerlingen werken, te ondersteunen.”

  • Samenwerking buitengewoon en gewoon onderwijs:

    • leerkrachten en ondersteuners delen hun expertise op gelijkwaardige basis,

    • inspireren en motiveren elkaar,

    • bouwen verder op wat werkt,

    • werken samen op basis van concrete afspraken.

  • Met respect voor ieders expertise zoeken we samen naar oplossingen

2. Ondersteuning op maat
  • Vraaggestuurd ondersteuningsmodel

  • Ondersteuning kan leerling-, leerkracht- of teamgericht zijn. De vraag wordt gesteld door de gewone school aan het centrale zorgloket:

    • Altijd in samenspraak met het CLB en de ouders

    • Centraal staan de specifieke onderwijsbehoeften (SOB) van de leerling en de ondersteunings-behoeften van de leerkracht(en)

3. Flexibele inzet
  • Het ONW krijgt de finale verantwoordelijkheid om de beschikbare bgl-eenheden flexibel te verdelen op basis van de ondersteuningsnoden die gesteld worden. Zij doet dit in samenspraak met de gewone school, het CLB en de ouders

  • Flexibiliteit in volume (aantal uren) en tijdsduur. De ondersteuning gebeurt zolang als nodig en niet langer.

  • Je school bepaalt samen met de ouders, met het CLB en met een school voor BuO de ondersteuning op maat, op basis van de noden

  • Niet alleen OB lln, maar ook van lkrn en schoolteams in kaart gebracht.
    Bedoeling: meer in te zetten op leraar- en teamgerichte ondersteuning.

  • Ondersteuning kan meer flexibel worden ingezet, ook in de loop van een schooljaar.

4. Efficiënte inzet
  • Geen versnippering van opdrachten: een ondersteuner wordt verbonden met een beperkt aantal scholen om een constructief partnerschap op te bouwen.

  • Reistijden van ondersteuners beperken.

  • Ondersteuning wordt geboden tot de leerling en het lerarenteam op eigen kracht verder kunnen (competenties versterken!)

5. Maximaal effect op de klasvloer
  • De ondersteuning is voelbaar tot op de klasvloer én gebeurt ook zoveel mogelijk in de klas (22 lestijden/lesuren).

  • Een leerling tijdelijk/occasioneel uit de klas halen blijft mogelijk, maar het blijft steeds de bedoeling om de leerling terug te laten participeren in het klasgebeuren.

  • Coaching van de leerkracht in de klas.

6. Zorgregie blijft in de gewone school
  • Eigenaarschap en regie van een efficiënte lln-begeleiding blijft bij de school:
    uitbouw van de brede basiszorg en de verhoogde zorg (fase 0 en 1)

  • Zij worden op hun zorgbeleid geëvalueerd door de inspectie.

  • Ondersteuners hebben hier een aanvullende rol (suggesties naar olievlek-principe)

7. Recht op ondersteuning
  • In geval van een IV, GV en verslag is er recht op ondersteuning (type 3: geformaliseerd V + registratie in LARS)

  • In andere gevallen kan tegemoet gekomen worden aan een vastgestelde nood. Het zorgloket beslist hierover na afweging van inhoudelijke criteria en de beschikbare middelen.

  • Alternatieven: versterking van de brede basiszorg, opstarten van een HGD-traject in overleg met CLB, enz.

  • In begin, maar ook doorheen het schooljaar ondersteuningsvragen stellen.

  • Elke ondersteuningsvraag moet worden beantwoord. De geboden ondersteuning
    kan leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn, maar moet altijd voelbaar zijn tot in de klas.

8. Professionalisering
  • Aanwezige expertise in elk team verbreden en verdiepen via intervisie en vorming

  • Inzet van verschillende disciplines vanuit verschillende contexten (lkr, logo, kiné, ortho, psycho, basisonderwijs, secundair onderwijs, GON, waarborg) is verrijkend

  • Ondersteuners kunnen ingezet worden in gewoon lager en gewoon secundair onderwijs

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now