Copyright 2017-2019 Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel

Info voor ouders

Klik hier voor een brief met picto's.

                                                   

Beste ouders/opvoeders

Via deze pagina stellen wij graag Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel aan u voor. Moeilijke woorden en specifieke vaktermen worden aangeduid met een cijfer en worden onderaan de pagina uitgelegd.

 

Vanaf 1 september 2017 werken gewone scholen en scholen buitengewoon onderwijs samen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (1) en leraren beter te ondersteunen.

Onder andere GON (2) en ION (3) verdwijnen en krijgen een plaats binnen het nieuwe model.

 

De school werkt het zorgbeleid voor elk kind uit. Hierbij denken alle personeelsleden na over hoe ze er voor kunnen zorgen dat elk kind in de klas zoveel mogelijk kansen krijgt. Voor kinderen die dat nodig hebben, worden bijzondere maatregelen getroffen in de klas. Soms is dit niet genoeg en heeft een kind meer hulp en ondersteuning nodig.

 
Op weg naar ondersteuning

 

Als de school vindt dat ze voor de specifieke zorg voor je kind ondersteuning van buiten de school nodig heeft, dan kan ze beroep doen op het ondersteuningsnetwerk.

 

Er is dan al een hele weg afgelegd. De school heeft in dit geval al samengewerkt met het CLB, jullie en het kind zelf om te achterhalen wat je kind precies nodig heeft. Het CLB start in zo’n geval een traject op waarbij het de onderwijsbehoeften onderzoekt. Indien nodig schrijft het CLB op het einde van dit traject een (gemotiveerd) verslag (4, 5) of inschrijvingsverslag (6).

 

Dit verslag geeft toegang tot het ondersteuningsnetwerk en geeft je kind recht op extra zorg. De school vraagt ondersteuning aan het zorgloket van Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel op basis van het (gemotiveerd) verslag en de zorgvraag.

 

Het zorgloket wordt bemand door deskundigen uit het gewoon en buitengewoon onderwijs, het CLB en de pedagogische begeleiding. Het zorgloket beslist of er vanuit het ondersteuningsnetwerk ondersteuning wordt ingezet. Zo ja, zeggen zij welke specifieke ondersteuner jouw kind zal bijstaan en hoe vaak.

 
Hoe werkt het nieuwe model?

 

De school stelt een vraag naar extra ondersteuning voor zowel leerlingen als leerkrachten die daar nood aan hebben. De ondersteuning zal steeds op maat zijn, flexibel, zo lang als nodig en niet langer dan nodig.

 

Op maat betekent dat de ondersteuning afhankelijk is van de nood van de leerling en van de school. We kijken samen op welke manier de leerling, leerkracht en school het beste ondersteund kunnen worden. We proberen om steeds een zo groot mogelijk effect binnen de klas te bekomen.

 

Flexibel houdt in dat er niet vooraf bepaald is hoeveel uren ondersteuning ingezet zullen worden, hoe lang de ondersteuning duurt en wanneer ze begint en eindigt. Ondersteuning kan trouwens op verschillende momenten in het schooljaar worden aangevraagd, kan worden onderbroken en later  ook opnieuw worden opgestart.

 

Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel probeert om voor iedere leerling zo snel mogelijk een gepast aanbod voor ondersteuning te voorzien. Eens de ondersteuning is opgestart, wordt regelmatig overlegd om te kijken of verdere ondersteuning nodig blijft.

 

De ondersteuning wordt geboden tot de leerling en het lerarenteam op eigen kracht verder kunnen.

 

Indien je met vragen zit of iets niet duidelijk is, dan kan je altijd contact opnemen met de school van je kind, het CLB of Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel.

 

Zij helpen je graag verder!

 
Mijn kind kreeg al GON/ION-begeleiding, wat nu?

 

Indien jouw kind tijdens de vorige schooljaren reeds extra ondersteuning kreeg, kan de school opnieuw ondersteuning vragen aan het zorgloket.

 

Verklarende woordenlijst

 

  1. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften: Langdurige en belangrijke problemen hebben om te kunnen meedoen in het onderwijs. Die problemen vragen om aanpassingen in de school en in de klas.
     

  2. GON: Geïntegreerd onderwijs. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (3) gaan naar het gewoon onderwijs en volgen er het gemeenschappelijk curriculum (7). Een begeleider uit het buitengewoon onderwijs helpt de leerling, de ouders en de klasleraar.
     

  3. ION: Leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking volgen een individueel aangepast curriculum (8) in het gewoon onderwijs. Een begeleider uit het buitengewoon onderwijs helpt de leerling, de ouders en de klasleraar.
     

  4. Verslag van het CLB: Document opgesteld door het CLB, vereist om een kind te mogen inschrijven in het buitengewoon onderwijs of om een individueel aangepast curriculum (8) te volgen in het gewoon onderwijs.
     

  5. Gemotiveerd verslag: Document opgesteld door een CLB. Het geeft de leerling met specifieke onderwijsbehoeften (3) recht op GON-begeleiding (1) of ondersteuning uit het ondersteuningsnetwerk.
     

  6. Inschrijvingsverslag: Een document van voor het M-decreet (9) dat leerlingen recht geeft op geïntegreerd onderwijs of een plaats in het buitengewoon onderwijs.
     

  7. Gemeenschappelijke curriculum: Leerdoelen die leerlingen moeten halen, alles wat ze moeten kennen en kunnen om een diploma of studiebewijs te krijgen.
     

  8. Individueel aangepast curriculum (IAC): Leerdoelen op maat van de leerling. De leerling hoeft de doelen van het gemeenschappelijk curriculum dus niet te halen. Hij krijgt op het einde van het jaar ook niet hetzelfde diploma of studiebewijs, wel een attest van verworven bekwaamheden.
     

  9. M-decreet: Wet die bepaalt hoe het Vlaams onderwijs omgaat met leerlingen die door een beperking, stoornis of handicap niet zomaar de lessen kunnen volgen. ‘M’ staat voor: ‘maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’.

 

 

Deze woordenlijst is gebaseerd op volgend artikel uit Klasse: https://www.klasse.be/6804/m-decreet-17-moeilijke-woorden/

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now